Bonsai Verpotten: wanneer en hoe doe Je dat?
Waarom is bonsai verpotten belangrijk?
Het verpotten van een bonsai is een belangrijke handeling om de gezondheid van de boom te behouden. Door een bonsai op tijd te verpotten, krijgen de wortels opnieuw voldoende ruimte en verse voedingsstoffen. De meeste bonsai moeten eens in de paar jaar worden verpot, meestal tussen begin maart en eind april, rond de periode waarin de knoppen beginnen te groeien. Over het algemeen worden jonge bomen elke twee tot drie jaar verpot, terwijl oudere bonsai meestal om de vier tot vijf jaar verpot moeten worden.
Er zijn verschillende redenen om een bonsai te verpotten. Soms doe je dit om de stand of de voorkant van de boom aan te passen als onderdeel van de vormgeving. Ook kan het zijn dat je om esthetische redenen een andere pot wilt gebruiken.
Daarnaast zijn er twee belangrijke redenen waarom het verpotten van een bonsai echt nodig is:
- Het verversen van de grond.
- Het bijwerken van de wortels.
Wanneer de grond ouder wordt, wordt deze langzaam compacter. De kleine deeltjes in de bodem breken af en zakken dichter op elkaar. Daardoor kunnen water en lucht minder goed bij de wortels komen. Dit is belangrijk, want wortels hebben zowel water als zuurstof nodig om gezond te blijven.
Daarnaast blijven de wortels van een bonsai doorgroeien. Na verloop van tijd vullen ze de hele pot en raken ze in elkaar verstrengeld. Hierdoor krijgen ze steeds minder ruimte om zich verder te ontwikkelen. De groei vertraagt en de bonsai kan uiteindelijk minder sterk en minder vitaal worden.
Voor een bonsai die binnen de beperkte ruimte van een pot groeit, speelt de kwaliteit van de grond een cruciale rol. De bodem vormt namelijk de basis voor wateropname, voedingsstoffen en een gezonde wortelontwikkeling.
Na verloop van tijd verliest de grond zijn structuur en voedingswaarde. Daarom is het belangrijk om een bonsai eens in de paar jaar te verpotten. Door verse grond toe te voegen, verbeter je de groeiomstandigheden en ondersteun je de gezondheid en vitaliteit van de boom.Â
Voorbereiding van de bonsaigrond
Voor coniferen en loofbomen bestaan er verschillende professionele bonsaigrond-mengsels. Deze mengsels bestaan meestal uit een combinatie van akadama (de basis), aangevuld met kiryu en/of pumice. Als je zelf bonsaigrond samenstelt, is het belangrijk om rekening te houden met de bonsaisoort en de omgeving waarin de boom staat.
Een veelgebruikte samenstelling is:
- Coniferen: ongeveer 50% akadama en 50% kiryu of pumice.
- Loofbomen: ongeveer 70% akadama en 30% kiryu of pumice.
Over het algemeen geldt: hoe groter de korrel en hoe kleiner het aandeel akadama, hoe beter de drainage. Goede drainage is belangrijk om wortelrot te voorkomen.
Voordat je de grond gebruikt, is het aan te raden om deze eerst te zeven. Zo verwijder je fijne stofdeeltjes die de afwatering kunnen belemmeren. Daarnaast zorgt gezeefde grond voor meer lucht tussen de korrels, waardoor de wortels beter zuurstof krijgen en gezonder blijven.
Algemeen handleiding: bonsai verpotten en wortel behandeling
1. Controleer de potgrond
Na verloop van tijd kan de potgrond hard en compact worden. De wortels hebben dan de hele pot gevuld. Je merkt dit doordat water slecht wegloopt en de grond nauwelijks nog water opneemt. Als de grond hard aanvoelt en water niet goed meer doorlaat, krijgt de bonsai minder zuurstof bij de wortels. Dat is een duidelijk teken dat het tijd is om je bonsai te verpotten.
2. Haal de bonsai voorzichtig uit de pot
Zit de bonsai stevig vast in de pot? Gebruik dan een bonsaisikkel, wortelmes, spatel of ander plat gereedschap om voorzichtig langs de binnenrand van de pot te snijden. Ga rustig rondom de pot, zodat de wortelkluit loskomt van de rand. Soms helpt het om in de hoeken een paar extra sneden te maken. Zo komt de kluit makkelijker los.
Til de boom daarna voorzichtig uit de pot. Trek nooit hard aan de stam, zeker niet bij oudere bonsai. Duw de stam liever voorzichtig iets naar voren ter hoogte van de kruin en werk de wortelkluit stap voor stap uit de pot.
3. Verwijder de oude grond
Verwijder voorzichtig de oude grond met een wortelharkje of met eetstokjes. Werk rustig van buiten naar binnen zodat je de wortels niet beschadigt.
Bij loofbomen mag je meestal een groot deel van de oude grond verwijderen.Â
Bij coniferen moet je voorzichtiger zijn. Laat altijd een deel van de oude grond zitten.
Bijvoorbeeld bij zwarte en witte dennen is dat belangrijk. Deze bomen leven samen met nuttige schimmels in de oude grond. Als je alle oude grond verwijdert, kunnen deze schimmels verdwijnen en verzwakt de boom.
Verpot daarom dennen nooit te agressief en maak de wortels niet volledig schoon.
4. Eerste wortelinspectie
Bekijk na het verwijderen van een deel van de oude grond eerst goed het wortelstelsel. Zijn de wortels relatief kort en valt de grond makkelijk uit elkaar? Dan kan het zijn dat er weinig fijne haarwortels aanwezig zijn. Deze haarwortels zijn belangrijk, omdat ze water en voedingsstoffen opnemen.
Wees daarom voorzichtig met snoeien. Als je te veel wortels weghaalt, kan de groeikracht van de bonsai verminderen.
Verwijder eerst rustig een deel van de grond en controleer hoe gezond de wortels eruitzien. Gezonde wortels zijn stevig en licht van kleur. Donkere, zachte of rottende wortels kun je wel voorzichtig verwijderen. Snoei pas wanneer je een goed beeld hebt van de conditie van het wortelstelsel.
5. Wortelsnoei
Wanneer het wortelvolume groot is en er veel zijwortels aanwezig zijn, kun je vooral de lange, dikke wortels terug snoeien. Werk daarbij doelgericht. Té voorzichtig werken kost vaak onnodig veel tijd.Â
Kijk goed naar de aanwezige fijne wortels. Dit zijn de belangrijkste wortels voor de opname van water en voedingsstoffen. Probeer deze zoveel mogelijk te behouden.
Als algemene richtlijn geldt:
- Bonsai loofbomen: tot ongeveer 60–70% wortelreductie is mogelijk, afhankelijk van de gezondheid van de boom.
- Bonsai corniferen: wees voorzichtiger en snoei meestal niet meer dan 30–50% van het wortelstelsel.Â
Werk altijd met geschikt bonsai gereedschap van goede kwaliteit. Scherp gereedschap maakt strakke sneden, waardoor de wortels sneller herstellen en de kans op ziektes kleiner wordt.
6. Voorbereiden van de bonsaipot
- Plaats eerst een gaasje over de drainagegaten van de pot. Zet het gaasje vast met draad, zodat het niet kan verschuiven.
- Breng daarna een laag grof grondmengsel aan op de bodem van de pot. Dit is ook belangrijk bij ondiepe bonsaipotten. Voeg vervolgens de normale bonsaigrond toe boven op deze laag en maak in het midden een kleine heuvel.
- Plaats de boom op de heuvel en spreid de wortels voorzichtig uit.
- Zet de boom vast met bevestigingsdraad. Trek de draad stevig aan met een bonsaitang, zodat de boom stabiel staat.
- Controleer of de boom goed vaststaat en niet kan bewegen. Beweging kan nieuwe wortelgroei verstoren.
- Vul de pot voorzichtig verder aan met bonsaigrond. Werk de grond goed tussen de wortels, zodat er geen luchtzakken achterblijven. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld eetstokjes. Steek de stokjes voorzichtig in de bonsaigrond en beweeg ze licht heen en weer. Zo zakt de grond tussen de wortels en krijgt de hele kluit goed contact met de nieuwe bonsaigrond. Luchtzaken kunnen ervoor zorgen dat wortels uitdrogen. Daarom is het belangrijk dat de grond overal goed aansluit.
- Geef na het verpotten royaal water. Bij voorkeur gebruik je kalkarm water. Hiermee spoel je fijne stofdeeltjes weg en zorg je dat de grond zich goed rond de wortels zet.
Heb je nog geen geschikte pot? Bekijk gerust onze bonsai potten collectie om een passende pot voor jouw bonsai te vinden.
Daarmee is het verpotten voltooid.
Twijfelt u om uw bonsai zelf te verpotten? Laat uw bonsai professioneel verpotten door ons. Neem gerust contact met ons op voor advies of om een afspraak te maken voor het verpotten van uw bonsai.
